Deze ondernemer ging voor 6 ton het schip in

15-02-2017

Als een tanker de stuw bij Grave kapot vaart, ligt de scheepvaart op de Maas wekenlang stil. En dat heeft enorme financiële consequenties voor bedrijven als dat van Joop Mijland. Zijn containeroverslagbedrijf BCTN ging voor zeker 6 ton het schip in. Maar of zijn schade ook gecompenseerd wordt, is nog maar de vraag.

 

Vrijdag 30 december 2016. De laatste werkdag van het jaar. Joop Mijland, managing director van containeroverslagbedrijf BCTN, begint wat rustiger dan gewoonlijk aan z’n dag. Dat verandert op slag als hij het journaalbericht over de stuw bij Grave onder ogen krijgt. Een met benzeen geladen binnenvaartschip heeft het infrakunstwerk aan gort gevaren. Een tijdelijke voorziening om het ‘lek’ te dichten laat anderhalve dag op zich wachten. Het waterpeil in de Maas achter de stuw krijgt daardoor de kans om te dalen tot een niveau dat varen onmogelijk maakt. Binnenvaartschepen kunnen niet meer voor- of achteruit, veel woonboten en pleziervaartuigen liggen er desolaat bij.

Mijland heeft al snel door hoe groot de gevolgen voor zijn bedrijf zijn – en daarmee voor zijn klanten. De terminals van containeroverslagbedrijf BCTN in Roermond en Venray zijn op slag onbereikbaar via het water. Nog een geluk bij een ongeluk dat geen van de containerschepen van het bedrijf achter de stuw op het droge ligt. Mijland kan direct aan de slag. De gevolgen van de problemen bij Grave moeten in kaart worden gebracht, klanten moeten worden ingelicht én er moet een noodoplossing komen om de gevolgen voor de ‘dienstregeling’ van de schepen zoveel mogelijk te beperken. Want al snel is duidelijk dat Rijkswaterstaat de problemen niet binnen een paar dagen zal hebben opgelost.

Omvaren is vanwege de hoge kosten die daar aan vastzitten geen optie. Mijland besluit de terminal in Nijmegen te gebruiken als verzamelpunt voor alle containers die niet meer via het water naar de Limburgse terminals kunnen worden vervoerd. De containers worden daar vandaan per vrachtauto direct naar de eindbestemming gereden. Wat dat betekent, is meteen zichtbaar: normaal gesproken worden wekelijks zo'n tweeduizend containers overgeslagen, nu zijn dat er twee keer zo veel. En dat allemaal vanwege de stremming van de Maas. 

Zo ligt de Nijmeegse terminal er tijdens normale weken bij. Na de stremming van de Maas zag dat er wel even anders uit
Zo ligt de Nijmeegse terminal er tijdens normale weken bij. Na de stremming van de Maas zag dat er wel even anders uit
Foto: BCTN

Alles uit de kast gehaald

De drukte op de containerterminal in Nijmegen is inmiddels weer teruggebracht tot normale proporties. Mijland is tevreden over het verloop van de hele operatie. Daarvoor hebben hij en zijn mensen wel alles uit de kast moeten halen. ‘We hebben hier vier weken lang met een dubbele bezetting gedraaid om ook de containers te kunnen afhandelen die normaal vanuit de havens van Rotterdam en Antwerpen via de terminals in Roermond en Venray naar de eindbestemming zouden zijn gegaan. Al die tijd hebben we onze binnenvaartvloot niet optimaal kunnen inzetten. En we hebben flink wat extra truckers moeten inhuren om al die containers weg te werken.’

Door al die aandacht voor het afleveren van inkomende containers schoot het tijdig retourneren van lege containers er weleens bij in. Mijland weet dat reders in zo’n geval een rekening mogen sturen. Maar het verbaasde hem dat zij dit ook echt deden. ‘Alsof er helemaal geen crisissituatie was geweest.’ Alleen BCTN is in de vier weken dat de vaarweg richting het zuiden gestremd is geweest, voor 600.000 tot 700.000 euro het schip in gegaan. ‘Geen lekker begin van het nieuwe jaar. We zijn de rest van het jaar nog wel bezig met het wegwerken van dit vuiltje’, verzucht hij.

 

'tonnen schade: we zijn de rest van het jaar nog bezig met het wegwerken van dit vuiltje'

 

Het lijkt logisch om de schade te verhalen op de veroorzaker. Maar de kans dat dit lukt is nul. Bij de Duitse reder GEFO, eigenaar van het schip dat de stuw heeft geramd, valt weinig te halen. Mijland heeft gehoord dat het schip is verzekerd voor een kleine 2 miljoen euro. Veel te weinig dus om de totale schade, begroot op 50 miljoen euro, te dekken. ‘Alleen het herstel van de stuw gaat de dekking van de verzekering al ruim te boven. En ik ga er maar vanuit dat de schadeclaim van Rijkswaterstaat met voorrang zal worden gehonoreerd en dat ondernemers zoals wij kunnen fluiten naar hun geld.’

 

Compensatie 

De gang van zaken rond de stuw bij Grave heeft volgens Mijland nog eens duidelijk gemaakt dat voor dit soort calamiteiten echt iets moet worden geregeld. Half januari nog pleitte de voorzitter van de Limburgse Werkgevers Vereniging, Jan Zuidam, in Forum voor een landelijke calamiteitenregeling. En daar ziet Mijland wel iets in. Al moeten daar dan niet zoveel mitsen en maren aan zitten dat vrijwel niemand er gebruik van kan maken. Zoals in 2007 bij de langdurige afsluiting van de Hollandse Brug in de snelweg A6, een belangrijke verbinding tussen Amsterdam en Flevopolder.

Uiteindelijk kreeg toen maar één transportondernemer geld. Dat moet deze keer anders gaan, vindt Mijland. ‘De kans dat een binnenvaartschip de verkeerde weg neemt en een stuw aan gort vaart is niet zo groot. Maar zelfs als die kans maar twee keer per 50 jaar is, zal daar toch een voorziening voor moeten worden getroffen. Want het lukt je als individuele ondernemer nooit om je tegen zoiets in te dekken. Zie je een binnenvaartschipper al een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten met een dekking tot 50 miljoen euro? Dat is niet op te brengen.’

 

Zo zag de schade van de stuw bij Grave er uit

Waar de Nijmeegse terminal van BCTN ligt? Nou hier dus

 

Hoe Rijkswaterstaat calamiteiten kan voorkomenDe schade aan de stuw bij Grave was te voorkomen, denkt Joop Mijland (BCTN). En daarmee had het Maas-Waalkanaal – de belangrijke vaarroute naar het zuiden – opengehouden kunnen worden. Jaarlijks passeren daar ongeveer 11 duizend binnenvaartschepen. Bij een calamiteit zoals deze zich nu heeft voorgedaan, hebben zij geen alternatieve ‘uitwegen’. Een betere beveiliging van stuwen kan zo'n ramp voorkomen, denkt Mijland. Een schipper die alle aanduidingen negeert, stuit nu als laatste op een drijvende markering in de vorm van een zogenoemde ballenlijn. Maar daarmee hou je een binnenvaartschip op snelheid echt niet tegen. Mijland: ‘Creëer vlak voor de stuw een zandbank. De schipper die willens en wetens doorvaart, komt dan keurig op afstand van de stuw tot stilstand. Dat scheelt een hoop ellende.’

 

2,5 miljoen schade per week door stremming scheepvaart BCTN, het bedrijf waar Joop Mijland de scepter zwaait, is maar een van de vele bedrijven die de pijn voelen van het kapot varen van de stuw bij Grave. Tot de overige getroffenen behoren ook bedrijven actief in de winning van zand en grint. De Limburgse Werkgeversvereniging (LWV) en EVO Fenedex schatten de schade voor de bedrijven in de regio op minimaal 2,5 miljoen euro per week. Maar dat bedrag kan gemakkelijk nog een stuk hoger uitvallen. En daar bovenop komt onder meer ook nog de schade die binnenvaartschippers hebben geleden.LWV en EVO Fenedex gaan er vanuit dat de getroffenen zelf moeten opdraaien voor de schade. Onterecht, vinden de organisaties, die stellen dat de kosten waarmee de bedrijven nu zijn geconfronteerd, niet kunnen worden gerekend tot het normale ondernemersrisico. Vandaar ook hun oproep aan de provincies Limburg en Brabant om bij verkeersminister Melanie Schultz aan te dringen op een compensatieregeling.