Wet Toekomst Pensioenen, brief aan de VC voor SZW van de Tweede Kamer

21-12-2023

Geachte Kamerleden,

 

Nederland staat wereldwijd bekend om een goed pensioenstelsel. Miljoenen (ex-)werknemers en gepensioneerden kunnen rekenen op levenslange uitkeringen dankzij de AOW (1epijler) en de aanvullende pensioenen die zij als arbeidsvoorwaarde samen opbouwen (2e pijler). In de 3e pijler kunnen alle Nederlanders, ook zelfstandigen, fiscaal ondersteund extra inkomen voor later opbouwen.

 

Naar een toekomstbestendig pensioenstelsel
Vakbonden en werkgeversorganisaties vinden een toekomstbestendig pensioenstelsel essentieel. Het Pensioenakkoord in 2019 was, na intensief en langdurig overleg, een zeer belangrijke mijlpaal om ons pensioenstelsel te versterken. Het Pensioenakkoord kreeg volop steun van de diverse achterbannen en is met brede politieke steun omarmd. Sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders waren vervolgens nauw bij betrokken bij de vertaling van het Pensioenakkoord in de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit met het oog op een goede uitvoerbaarheid en het belang van een breed draagvlak. Met het van kracht worden van de Wtp per 1 juli 2023 is een onomkeerbare stap naar een toekomstbestendig stelsel genomen.

 

Verbouwing in volle gang
Ruim voordat de Wtp definitief in werking trad, hebben werkgevers, vakbonden en pensioenuitvoerders de voorbereidingen op de nieuwe wet al voortvarend opgepakt. Die voorbereidingen kwamen in stroomversnelling nadat de Tweede Kamer en Eerste Kamer met de wet hebben ingestemd. Op veel cao-tafels zijn de gesprekken over de arbeidsvoorwaardelijke fase inmiddels in een afrondende fase of zijn deze al afgerond. De pensioenfondsen die per 1 januari 2025 de overstap gaan maken hebben hun implementatieplannen bijna gereed. En ook bij verzekeraars en ppi’s zijn er al pensioenregelingen die voldoen aan de eisen van de nieuwe pensioenwet.

 

Belangrijke zaken blijven hetzelfde
Als sociale partners benadrukken we dat veel zaken in het nieuwe pensioenstelsel hetzelfde blijven. Het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen blijven levenslang, werkgevers en werknemers blijven samen pensioenpremie inleggen, het pensioenvermogen blijft gezamenlijk belegd en pensioenen blijven bij dezelfde pensioenuitvoerder. De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is echter onmiskenbaar een majeure operatie. De wetgever stelt daarom zorgvuldige kaders voor de transitie naar het nieuwe contract en aan het invaren van de bestaande pensioenen.
Binnen dit wettelijke kader is het aan sociale partners en besturen van pensioenfondsen om passende, evenwichtige keuzes te maken. Het geheel aan afspraken beoordelen deze partijen op evenwichtigheid en die keuzes verantwoorden zij. Naar de (ex)-werknemers en gepensioneerden, en ook naar de interne en externe toezichthouders.

 

Veel onderzocht, getoetst en afgewogen
Ondanks dat de transitie in volle gang is, zien we in de afgelopen weken de vraag terugkomen of de pensioenwet toch niet op een andere manier had gemoeten. Specifieke aandacht is er daarbij voor het invaren van bestaande pensioenen naar de nieuwe pensioencontracten. Invaren is een cruciale bouwsteen van de Wtp en biedt onder andere het voordeel dat het pensioenvermogen bij elkaar blijft. Hierdoor worden risico’s collectief gedeeld, zodat iedereen hiervan profiteert. De vormgeving van het invaren is in de afgelopen jaren uitgebreid juridisch onderzocht en zorgvuldig onderbouwd. Zowel in de Tweede als Eerste Kamer is hier ook intensief over gesproken. Verschillende alternatieven voor de manier van invaren zijn de revue gepasseerd die allemaal verschillende vooren nadelen met zich meebrengen. De manier waarop het invaren van bestaande pensioenrechten uiteindelijk is opgenomen in de Wtp doet volgens ons het beste recht aan de belangen van gepensioneerden, (ex)-werknemers en werkgevers.

 

Waken voor extra risico’s en langdurige onzekerheid, vooral voor mensen
We zien het risico voor een herhaling van zetten en verlies van tijd, energie en momentum als er ingrijpende aanpassingen van de recent vastgestelde pensioenwet gaan komen. Deze zijn wat ons betreft dan ook onwenselijk, omdat deze interfereren met de keuzes die al zijn gemaakt en de planning van betrokken partijen. Daarnaast zal dit voor langere periode tot onzekerheid over de pensioentransitie kunnen leiden, te meer ook doordat wetsaanpassingen een behoorlijke tijd met zich meebrengen. Dit leidt tot het risico dat de hele transitie tot stilstand komt. Gepensioneerden houden hierdoor langer een slechter perspectief op indexatie en werkenden en werkgevers blijven langer opgezadeld met een verouderd pensioenstelsel.

 

Samenwerken aan een enorme klus binnen een stabiel wettelijk kader
De verbouwing van het pensioenstelsel is een grote operatie waarvoor een stabiel en voorspelbaar wettelijk kader van belang is. En ondanks de omvang van deze transitie, hebben we er vertrouwen in dat het ons samen met alle betrokken partijen gaat lukken. Te meer ook als we kijken naar alle stappen die al zijn gezet. Dit neemt niet weg dat we als sociale partners nauwlettend in de gaten blijven houden hoe de transitie verloopt. Natuurlijk gaan we hierover graag nader met u in gesprek.

 

Met vriendelijke groet,

 

Piet Rietman   Guusje Dolsma
Dagelijks bestuurder FNV Plv. directeur Beleid VNO-NCW en MKB-Nederland
 
Patrick Fey Hans Koehorst
Vicevoorzitter CNV Themacoördinator LTO Nederland
 
Ruud Stegers
Secretaris VCP
Lees meer over