Wiebe Draijer (SER): 'Het kabinet kan het niet alleen'

20-12-2012

Wiebe Draijer (47) is er helemaal klaar voor om de Sociaal-Economische Raad nieuw leven in te blazen. Mét de inbreng van de individuele ondernemer en de burger. Nu nog wachten op de verbouwing van de FNV. 'We moeten het vertrouwen weer aan de praat krijgen.'

Bij wijze van rite de passage én omdat hij tegen de 50 loopt, wilde Wiebe Draijer voor één keer een marathon lopen. Het moest die van New York worden, de stad waar hij anderhalf jaar heeft gewoond. Maar die marathon ging niet door vanwege orkaan Sandy. 'Ik was er wel, maar hij was er niet', zegt hij lachend. 'Ik heb 'm toch gelopen. Niet met de hele grote groep, want dat vond ik niet het juiste signaal als het feest net is afgelast. Ik ben om half 7 opgestaan en was om half 11 klaar, netjes binnen de vier uur. Bij gebrek aan waterposten moest ik alleen wel af en toe van het pad om mijn flesje water bij te vullen.'

Wie is Wiebe Draijer?
'Die vraag stel ik ook vaak bij kennismakingsgesprekken. Als je naar mijn basiscoördinaten kijkt – werktuigbouwkundige, journalist, onderzoeker, organisatieadviseur – zou je zeggen: 'Wat grappig dat hij hier zit.' Als je verder graaft, zie je dat ik uit een familie kom die altijd al betrokken is geweest bij politiek en maatschappij. Mijn vader was hoogleraar aan de Technische Hogeschool Twente en Eerste Kamerlid voor D66. Ik ben opgevoed met het besef dat je je talenten moeten inzetten voor de publieke zaak. Op een gegeven moment kun je gevraagd worden voor een rol die je zelf niet hebt opgezocht.'

Zoals deze bij de SER. Hebt u lang moeten nadenken?
'Nee, heel kort. Als de SER en de overlegeconomie fantastisch hadden gefunctioneerd, zou ik er veel langer over hebben moeten nadenken. Het is nu spannend en onzeker.'

Wilde u weg bij McKinsey?
'Helemaal niet. Ik had het bijzonder naar mijn zin, en dan word je gevraagd om uit een loopbaan te springen. Acht maanden geleden had ik de Europese veranderpraktijk van McKinsey overgenomen. Ik heb het nodige moeten uitleggen over mijn vertrek aan mijn Europese collega's.'

Was er geen scepsis?
'Nee, eigenlijk niet. Mensen zeiden dat ze het geweldig vonden dat ik daar mijn talent voor wil inzetten. Ze zien mijn keuze als iets dat helpt om het signaal uit te zenden dat dit instituut, de SER, belangrijk is. Ik hoop dat het anderen aanmoedigt om ook die stap van privaat naar publiek te zetten.'

U hebt zelf niet getwijfeld?
'Niet over de inhoud en de verantwoordelijkheid. Je moet wel een aantal zaken goed regelen, zoals het inkomen. Maakt u zich geen zorgen, ik word heel goed vergoed (hij krijgt nu het ministerssalaris van 144.000 euro, terwijl hij bij McKinsey veel meer verdiende; red.). Maar dat is toch iets dat je met je vrouw moet bespreken. Nee, de kinderen (drie zoons en een dochter van 18, 16, 14 en 12; red.) zijn er niet over begonnen. Ik kreeg juist de grootste aanmoediging van de mensen die mij het beste kennen.'

Hebt u Alexander Rinnooy Kan nog gevraagd of u het wel moest doen?
'Hij is buitengewoon stimulerend geweest in mijn keuze. Ik ken hem al jaren, hij wist dat ik vatbaar was voor de vraag. Ik heb niets gemerkt van teleurstelling over wat hij in zijn SER-jaren heeft kunnen doen. Wat mij betreft is hij een wondermens. Hij verdient enorm respect voor hoe hij zijn rol als SER-voorzitter in die zes moeilijke jaren heeft vormgegeven.'

Had u het onder Rutte I ook gedaan?
'Het is duidelijk dat een kabinet de huidige problemen niet in zijn eentje kan doppen. Het kan wel in alle wijsheid besluiten nemen en dingen willen, maar dit land heeft zó'n lange traditie van het zoeken naar draagvlak, compromissen en ondersteuning van beleid. Het was voor mij duidelijk dat het tij een keer moest keren. Volgens mij zijn we daar nu mee bezig.'

Rutte II zegt niet meer officieel op alle adviezen te reageren.
'Geweldig! Dat betekent dat je je plaats moet verdienen. Dan krijg je niet meer die vooringenomenheid van even tijd winnen door iets bij de SER neer te leggen. Het moet een oprechte vraag zijn.'

Wat dacht u na de valse start met de zorgpremie?
'Die had ik liever niet gehad, maar elk nadeel heeft zijn voordeel. Het kabinet realiseert zich nu dat het op sommige terreinen echt helpt om vooraf de reflex van de samenleving, inclusief de sociale partners, te peilen. En verder moeten we het als SER doen met het kabinet dat er is.'

En de vakbeweging die er is. Maar de FNV geeft nog niet thuis. Zit daar een deadline op?
'Nee, ik heb liever dat het gedegen en goed gebeurt dan snel, oppervlakkig en onaf. De FNV moet zichzelf wel een deadline opleggen, want als er geen druk achter zit, dan lukken dit soort veranderingen niet.'

Maar een halfjaar, een jaar?
'Dat ga ik niet zeggen. Let wel: ik zou het niet op mijn geweten willen hebben als vakbond als het huis pas na een jaar of nog langer op orde is. Dan mis je de aansluiting bij de vraagstukken waar we nu mee te kampen hebben.'

Kunt u niet alvast met de rest beginnen?
'Nee, uitdrukkelijk niet. De pilaren van de driehoek van de SER – werkgevers, vakbonden en kroonleden – moeten in kracht en balans kunnen functioneren. Het overleg moet de FNV iets opleveren. Het ergste zou zijn om te zeggen: wij regelen alvast wat, sluiten jullie maar aan als de verbouwing voorbij is.'

U wilt ngo's, zelfs de individuele ondernemer en burger erbij betrekken.
'Ja, de samenleving heeft een ander gezicht gekregen dan in de tijd waarin de SER werd opgericht. Burgers laten zich meer horen. Straks gaan we bijvoorbeeld over flexwerk praten. Daar kun je dan in je oneindige wijsheid in het centrum van de macht iets van zeggen, maar begin nou eens met te luisteren naar hoe dat op de werkvloer wordt ervaren. Welke knelpunten regelen zichzelf en welke moet je oplossen?'

Hoe goed kent u die werkvloer eigenlijk zelf?
Fel: 'Meer dan je misschien denkt. Als journalist heb ik de stakingsacties in de Rotterdamse haven gevolgd. Daar zat ik soms nachtenlang bij, je spreekt met de ondernemingsraden en vakbonden. Het geeft je een inkijkje in hoe het is als het er rauw aan toe gaat.'

'McKinsey heb ik geleid, uitgebreid en tot een van de meest succesvolle kantoren in de wereld gemaakt. Het was de real thing. Ik was ondernemer. Elke dag opnieuw moest je je rol en betekenis verdienen. En dat doe je niet door abstracte boekjes te schrijven en die over de schutting te gooien, maar door relevante adviezen te geven die in het belang zijn van bedrijven.'

Wilt u door de burger erbij te betrekken de onvrede kanaliseren?
'Nee, dat is niet onze verantwoordelijkheid, daar zijn andere instituties voor. Het is wel belangrijk dat de sociale partners heel dicht tegen hun leden aankruipen om te weten wat er nu bij hen speelt in deze verwarrende tijden. Je ziet dat wantrouwen en onzekerheid ertoe leiden dat ondernemers niet meer investeren en burgers niet meer consumeren. We moeten het vertrouwen weer aan de praat krijgen.'

Ondernemers willen dat er nú iets gebeurt. De bouwsector ligt plat.
'De belangen van werkgevers en werknemers liggen juist in de bouwsector dicht bij elkaar. Verken gezamenlijk wat er moet gebeuren en ga daarmee naar het kabinet. Dan ben je geloofwaardiger en heb je meer kans van slagen.'

Maar niet in SER-verband?
'Nee, dit is te veel korte termijn. De SER gaat over de middellange termijn. Als je iets voor de bouwsector wilt doen, zou je al over twee weken klaar moeten zijn.'

McKinsey zou kunnen adviseren: hef de SER maar op.
'Dat zie je helemaal fout. Als je op de langere termijn succes wilt, moet je de prestaties en de gezondheid van een organisatie managen. Voer je alleen simpele oplossingen voor een snel resultaat uit, dan hol je de vaardigheid uit om op de langere termijn prestaties te blijven leveren. De overlegeconomie is een cruciaal onderdeel van de gezondheid van ons land. Met het creëren van een draagvlak voor verandering bereik je meer dan met snelle besluiten.'


Wie is Wiebe Draijer?

De nieuwe SER-voorzitter werd in 1965 geboren in Enschede. Net als zijn vader (ook Wiebe) studeerde hij werktuigbouwkunde in Delft. Hij rook even aan de journalistiek en werkte kort bij het Natuurkundig Laboratorium van Philips. In 1990 werd hij door McKinsey benaderd, waarna een snelle opmars volgde. Sinds 2006 was hij managing partner van McKinsey Benelux.
Dit artikel komt uit de print Forum