Wie mag de cao sluiten?

01-10-2015

In toenemende mate sluiten bedrijfssectoren cao’s af met kleine vakbonden als het AVV en De Unie. De grote bonden FNV en CNV vinden dat maar niks. Wie vertegenwoordigen die bondjes nu helemaal? De SP is het met de groten eens. De PvdA verwelkomt de kleintjes juist.


 
Paul Ulenbelt, SP

’Meerderheid vakbondsleden telt’


Ik zie de cao als het monument van de arbeidsverhoudingen. Het is een levend iets, niet iets ter nagedachtenis. Volgens mij wil iedereen de cao als instituut, als instrument houden, werknemers én werkgevers. Mensen die willen stoppen met het afsluiten van cao’s, zijn in mijn ogen roependen in de woestijn. Wat wil je dan, het Franse systeem? Eerst staken en dan praten? Daar zit niemand op te wachten.’

‘Waar ik problemen mee heb, zijn cao’s die uitsluitend worden gesloten met kleine vakbonden als het AVV (Alternatief voor Vakbond; red.) en De Unie. Dat is wettelijk toegestaan, want er wordt alleen gekeken naar de representativiteit van de bedrijven die de cao sluiten. Die moeten een bepaald percentage van het totaal aantal werknemers in de sector hebben. Ik wil de wet op de cao daarom veranderen. Binnenkort hebben we in de Kamer een debat over de toekomst van de cao, en dan moeten we het daar maar over hebben.’

‘Ik vind dat het aantal vakbondsleden moet worden meegewogen. Het AVV en De Unie hebben een paar duizend leden, terwijl in de sector fashion en sport van Inretail, waarmee ze een principeakkoord hebben gesloten, honderdduizend mensen werken. De bonden die een cao sluiten, moeten een meerderheid van de vakbondsleden vertegenwoordigen, dat is legitiem. Er zijn mensen die vinden dat je beter naar de representativiteit van de vakbonden zelf kunt kijken. Maar dat vind ik een formalistisch argument. Uit onderzoek blijkt dat niet-vakbondsleden vaak op dezelfde lijn zitten als vakbondsleden. Dus dat is het probleem niet.’



 
Mei Li Vos, PvdA

’Weinig leden is geen argument’


Nieuwe vakbonden moeten niet worden uitgesloten door de gevestigde bonden, onder het motto ‘wij waren eerst’. Nieuwe bonden spelen in op nieuwe ontwikkelingen op de arbeidsmarkt of komen voort uit onvrede met de bestaande situatie. Dat ik zelf aan de wieg heb gestaan van het AVV, speelt hierin niet mee. Ik ben ook voor toetreding van andere kleine bonden.’

‘Als die bonden de wens van werknemers in een sector vertolken, heb ik er geen moeite mee als zij cao’s afsluiten. In het geval van de sector fashion en sport van Inretail hebben het AVV en De Unie een referendum gehouden onder de werknemers in die sector. Dat was ook een advies van de Sociaal-Economische Raad in het kader van het verbreden van het draagvlak voor cao’s.’

‘Dat vakbonden tegenwoordig weinig leden hebben, vind ik geen argument. En al helemaal niet dat de FNV en het CNV dan nog altijd meer leden hebben dan het AVV en De Unie. In de sector fashion en sport hebben álle bonden weinig leden. Van belang is of bonden hun best doen om zoveel mogelijk werknemers te vertegenwoordigen. Zo’n referendum is dan wel een harde voorwaarde voor mij. Dat onderscheidt zulke bonden van de zogenoemde gele bonden (geel als tegenstelling van rood; red.), schijnvakbonden die op de hand zijn van werkgevers.’

‘Hoe weinig vakbondsleden er ook zijn, het afsluiten van cao’s blijft zeker zin hebben. Het is ook voor werkgevers tien keer efficiënter om met de bonden tot een akkoord te komen dan om dat met elke werknemer afzonderlijk te doen.’